AI-geletterdheid is het geheel aan vaardigheden, kennis en begrip dat nodig is om AI verstandig te gebruiken: weten wat een AI-systeem kan, waar het fouten maakt en wat de gevolgen kunnen zijn voor de mensen om wie het gaat. Artikel 4 van de AI Act verplicht elk bedrijf dat AI inzet, groot of klein, daar maatregelen voor te nemen bij de mensen die ermee werken. Die plicht geldt sinds 2 februari 2025. In juli 2026 is het artikel herschreven: u neemt maatregelen die AI-geletterdheid ondersteunen, maar u hoeft niet te garanderen dat iedere medewerker een bepaald niveau haalt. Een verplicht certificaat of een voorgeschreven cursus bestaat niet. Wat redelijk is, hangt af van hoe en waarvoor uw bedrijf AI gebruikt.
Vimonto is geen juridisch adviseur. Dit artikel helpt u op weg; voor een toets van uw eigen situatie gaat u naar een jurist.
Voor wie de plicht geldt
Artikel 4 geldt voor twee groepen: de makers van AI-systemen (aanbieders) en de bedrijven die ze gebruiken (gebruiksverantwoordelijken). Gebruikt u ChatGPT voor offertes, een chatbot op uw site of software die facturen uitleest, dan hoort u bij de tweede groep.
De plicht gaat over uw personeel, en ook over anderen die namens u met AI werken. Denk aan een freelancer die uw klantenservice doet of een uitzendkracht op de administratie. De omvang van uw bedrijf maakt voor de plicht zelf geen verschil. Wel moeten de Europese Commissie en de lidstaten het mkb sinds de wijziging van 2026 extra ondersteunen.
Wat er in juli 2026 veranderde
Sinds 27 juli 2026 geldt de Digital Omnibus on AI (Verordening (EU) 2026/1744), een aanpassing van de AI Act. Daarin is artikel 4 opnieuw geformuleerd.
De oude tekst vroeg bedrijven om “zoveel mogelijk” te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid. De nieuwe tekst vraagt om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, afgestemd op de context en de mensen die met het systeem te maken krijgen. Er staat letterlijk bij dat u niet hoeft te garanderen dat een individu een bepaald niveau haalt.
Dat maakt het geen vrijblijvende zaak. U moet nog steeds iets doen, en het is verstandig om te kunnen laten zien wat. Het betekent wel dat een toets per medewerker of een diploma niet het doel is.
Wat de Autoriteit Persoonsgegevens erover zegt
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft twee handreikingen gepubliceerd: “Aan de slag met AI-geletterdheid” (2025) en “Verder bouwen aan AI-geletterdheid” (23 oktober 2025). Beide zijn geschreven vóór de herformulering van juli 2026, maar de lijn sluit erop aan.
De kern: de wet schrijft geen specifieke maatregelen voor. Hoeveel kennis nodig is, hangt af van de context en het risico. Iemand die AI gebruikt voor een eerste versie van een nieuwsbrief heeft minder nodig dan iemand die AI gebruikt bij beslissingen over klanten of medewerkers. De AP raadt aan om AI-geletterdheid te zien als iets wat u over meerdere jaren opbouwt, met een plan dat u bijstelt.
Wat redelijk is voor een klein bedrijf
Voor een bedrijf met vijf of vijftig mensen hoeft dit geen project te worden. Een redelijke aanpak:
- Breng in kaart wie welke AI gebruikt. Vraag het gewoon na. Vaak blijkt er meer in gebruik dan u dacht, ook op privéaccounts.
- Bepaal per toepassing wat er mis kan gaan. Een interne samenvatting met een fout is vervelend. Een fout antwoord aan een klant of een verkeerde beslissing over een sollicitant is iets anders.
- Leg uit waar AI de mist in gaat. Taalmodellen klinken zeker, ook als ze ernaast zitten. Ze verzinnen soms bronnen, cijfers of artikelnummers. Ze kennen uw bedrijf niet, tenzij u ze die informatie geeft.
- Spreek af welke gegevens er niet in mogen. Klantgegevens, medische gegevens en vertrouwelijke stukken horen niet in een gratis chatbot.
- Spreek af wie controleert. Wat naar buiten gaat, leest een mens eerst.
- Leg vast wat u heeft gedaan. Aan wie is wanneer wat uitgelegd, en welke afspraken gelden. Met een korte notitie kunt u later laten zien wat u heeft gedaan.
Komt er een nieuwe tool bij, dan loopt u dit rijtje opnieuw langs voor die tool. De afspraken uit stap 4 en 5 passen goed in een AI-beleid.
Waar het in de praktijk misgaat
Een paar situaties die u waarschijnlijk herkent:
- Een medewerker plakt een klantmail met naam, adres en klachtomschrijving in een gratis chatbot om een net antwoord te laten schrijven.
- Een offerte bevat een productcode die niet bestaat, omdat de AI hem netjes heeft aangevuld.
- Een samenvatting van een lang document mist precies de uitzondering waar het om ging.
Geen van deze fouten is een reden om AI te verbieden. Het zijn de voorbeelden die u gebruikt bij stap 3.
Toezicht
Europees wordt er sinds 2 augustus 2026 gehandhaafd. Wie in Nederland toezicht houdt, regelt de Uitvoeringswet AI-verordening. Volgens het voorstel dat in 2026 in consultatie lag, krijgt de Autoriteit Persoonsgegevens samen met de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur een coördinerende rol. Die wet was bij het schrijven van dit artikel nog niet in werking, en hoe er op artikel 4 precies gehandhaafd gaat worden, ligt nog niet vast.
Meer over de andere plichten uit de AI Act leest u in ons artikel AI Act voor het mkb.
Wat Vimonto doet
Bouwen wij een AI-toepassing voor u, dan hoort uitleg bij de oplevering: wat de toepassing doet, waar hij de mist in kan gaan en wat een medewerker moet controleren. Dat is meteen het begin van AI-geletterdheid voor de mensen die ermee werken. Op AI voor bedrijven leest u welke toepassingen wij bouwen. Wilt u eerst samen kijken waar AI in uw bedrijf zinvol is, dan begint u bij AI-advies.
Bronnen